Waterplanten in een vijver zorgen voor schoon water, een gezond ecosysteem en een mooie uitstraling. Ze nemen voedingsstoffen op, geven zuurstof af en bieden beschutting aan vissen en andere dieren. Welke waterplanten geschikt zijn voor jouw vijver hangt vooral af van de grootte van de vijver, de waterdiepte en het gewenste onderhoud.
Soorten waterplanten voor de vijver
Waterplanten worden ingedeeld naar de plek waar ze groeien. Die plek bepaalt ook hoe je ze plaatst en welke functie ze vervullen.
- Onderwaterplanten (zuurstofplanten): Deze planten groeien volledig onder water. Ze produceren zuurstof en concurreren met algen om voedingsstoffen, wat het water helder houdt. Voorbeelden zijn fonteinkruid, waterpest en hoornblad.
- Drijfbladerplanten: De bladeren drijven op het wateroppervlak en geven schaduw, waardoor algengroei wordt afgeremd. De bekendste is de waterlelie, maar ook waterlelieplant (Nuphar) en ridderspoor (Aponogeton) horen in deze categorie.
- Moerasplanten (oeverplanten): Deze planten staan in ondiep water of aan de oever. Ze filteren water dat vanaf de kant instroomt en geven de vijver een natuurlijk aanzien. Denk aan gele lis, lisdodde, moerasvergeet-mij-niet en wateraardbei.
- Hoge waterplanten: Soorten als lisdodde (Typha) en riet groeien fors en zijn krachtige zuiveraars. Ze zijn uitstekend geschikt voor grote vijvers en natuuroevers, maar kunnen in kleine vijvers te dominant worden en het geheel overwoekeren.
- Drijvende planten: Waterlelies en kroosvaren drijven los in het water zonder wortels in de bodem. Ze zijn makkelijk te plaatsen maar kunnen snel uitbreiden.
Welke waterplanten passen bij jouw vijver?
De grootte van de vijver is de belangrijkste factor bij het kiezen van waterplanten. Een kleine siervijver van één tot twee vierkante meter heeft geen ruimte voor riet of breedbladige lisdodde. Kies daar voor compacte soorten zoals kleine waterlelie (Nymphaea pygmaea), wateraardbei (Hottonia palustris) of dwerglisdodde (Typha minima).
Voor een middelgrote vijver van drie tot tien vierkante meter kun je een mix maken van zuurstofplanten, een waterlelie en een paar moerasplanten aan de rand. Een goede vuistregel: bedek maximaal de helft van het wateroppervlak met drijfbladeren. Dan blijft er genoeg open water voor zuurstofuitwisseling en blijven vissen zichtbaar.
Grote vijvers en natuurlijke oevers hebben baat bij inheemse hoge soorten. Inheemse waterplanten passen van nature in het Nederlandse klimaat, vragen minder onderhoud en trekken nuttige insecten, libellen en amfibieën aan. Soorten als gele lis (Iris pseudacorus), gewone lisdodde (Typha latifolia) en rietgras zijn goede keuzes.
Waterplanten in de vijver planten: hoe doe je dat?
De meeste waterplanten plant je in vijvermanden. Gebruik daarvoor vijvergrond of zware kleigrond, geen potgrond met mest. Potgrond bevat voedingsstoffen die algengroei aanmoedigen. Dek de mand af met grind zodat de aarde niet uitspoelt. Laat daarna de mand langzaam in het water zakken op de juiste diepte.
Elke soort heeft een ideale waterdiepte. Een overzicht:
| Plant | Type | Waterdiepte |
|---|---|---|
| Kleine waterlelie | Drijfbladerplant | 20 tot 40 cm |
| Grote waterlelie | Drijfbladerplant | 40 tot 80 cm |
| Gele lis | Moerasplant | 0 tot 20 cm |
| Lisdodde | Hoge waterplant | 10 tot 30 cm |
| Waterpest | Zuurstofplant | 30 tot 100 cm |
| Moerasvergeet-mij-niet | Oeverplant | 0 tot 10 cm |
Plant je waterplanten bij voorkeur tussen april en juni. Dan is het water voldoende opgewarmd en groeien de planten snel aan. In de herfst knip je verwelkte stelen terug zodat rotting in het water wordt voorkomen.
Hoeveel waterplanten heb je nodig?
Een goed gevulde vijver heeft planten in elke zone: onderin zuurstofplanten, midden drijfbladeren en aan de rand moerasplanten. Als ruw uitgangspunt geldt: één zuurstofplant per 30 tot 50 liter water, en waterlielies of andere drijfbladeren voor 40 tot 60 procent van het oppervlak. Begin liever met te weinig dan te veel. Waterplanten groeien snel en zijn makkelijker bij te planten dan te verwijderen.
Waterplanten en algen: het evenwicht bewaken
Waterplanten zijn de meest natuurlijke manier om algengroei te beperken. Ze nemen stikstof en fosfaat op die algen juist voeden. Toch duurt het in een nieuwe vijver soms weken tot maanden voordat het biologische evenwicht is bereikt. In die periode kan het water groen of troebel zijn. Dat is normaal en trekt vanzelf bij als de planten aanslaan.
Voeg geen vis toe aan een vijver die nog niet biologisch in balans is. Vissen produceren extra afvalstoffen die de algengroei versterken voordat de planten dat kunnen opvangen.
Veelgemaakte fouten bij waterplanten in de vijver
- Te snelgroeiende soorten kiezen voor een kleine vijver. Lisdodde of riet in een vijver van twee vierkante meter overwoekert het geheel binnen één seizoen.
- Gewone potgrond of tuinaarde gebruiken. Dit geeft een voedselrijke bodem die algengroei sterk bevordert.
- Het oppervlak voor meer dan 60 procent bedekken met drijfbladeren. Dan krijgt de rest van de vijver te weinig licht en zuurstof.
- Exotische soorten planten zoals grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides) of waterteunisbloem (Ludwigia grandiflora). Deze soorten staan op de Europese lijst van invasieve soorten en mogen in Nederland niet meer verkocht of geplant worden.
Een goed samengestelde mix van waterplanten maakt je vijver nagenoeg zelfonderhoudend. Kies soorten die passen bij de schaal van de vijver, plant ze op de juiste diepte en geef het ecosysteem de tijd om zich te vestigen. Dat levert meer resultaat op dan welk filter of middel dan ook.
