Bestrating voegen betekent dat je de ruimtes tussen tegels, klinkers of stenen opvult met een speciaal voegmiddel. Dat doe je om te voorkomen dat onkruid groeit, dat de stenen verschuiven en dat water op een verkeerde plek wegloopt. Goed gevulde voegen houden je terras, oprit of pad langer mooi en stabiel.
De voegen in bestrating worden vaak over het hoofd gezien, maar ze doen veel werk. Een lege of halfvolle voeg trekt zand weg bij regen, laat onkruidzaden kiemen en geeft mieren de ruimte om nesten te bouwen. Voegen die volledig en goed gevuld zijn, houden de stenen op hun plek en geven de bestrating als geheel stevigheid.
Wanneer is voegen nodig?
Bij nieuwe bestrating voeг je direct na het leggen, als de stenen goed vast zitten en het zandbed is aangetrild. Bij bestaande bestrating let je op de volgende signalen: je ziet kale plekken tussen de stenen, onkruid dat steeds terugkomt, stenen die wiebelen of verzakken, of voegen die zichtbaar zijn uitgespoeld. In al die gevallen is hervoegen zinvol.
Ook na groot onderhoud, zoals het opnieuw aantrillen van een terras of het rechtzetten van verzakte stenen, is voegen opnieuw noodzakelijk. De oude voeg is dan verstoord en biedt geen bescherming meer.
Welk voegmiddel kies je voor bestrating?
Er zijn globaal drie soorten voegmiddelen die veel worden gebruikt bij bestrating:
- Zand of voegzand: het meest basale middel. Goedkoop en eenvoudig aan te brengen, maar biedt weinig weerstand tegen onkruid en spoelt bij regen snel uit. Geschikt voor tijdelijke situaties of bestrating die regelmatig wordt opgebroken.
- Polymeervoegzand (ook wel kitstof of gebonden voegzand): zand waaraan een bindmiddel is toegevoegd, vaak op basis van polymeren. Na bevochtigen verhardt het en het bindt onkruidzaden en mieren sterk. Populaire keuze voor opritten en terrassen die intensief worden gebruikt.
- Voegmortel: een cementgebonden of harsgebonden mortel die harder uithardt dan polymeervoegzand. Geschikt voor zwaardere belasting, zoals opritten met auto’s of openbare paden. WS Voegmortel is een voorbeeld van een gebruiksvriendelijk, waterdoorlatend voegmiddel dat onkruidgroei voorkomt en geschikt is voor terrassen, opritten en paden.
Waterdoorlatende voegmiddelen hebben een praktisch voordeel: regenwater zakt deels door de voeg in de grond in plaats van over de bestrating af te stromen. Dat is fijn voor tuinen en opritten waar plasvorming een probleem is.
Bestrating voegen: stap voor stap
Hieronder staat een praktische werkwijze die voor de meeste situaties werkt, zowel bij nieuw als bestaand werk.
- Stap 1: Voorbereiding. Verwijder eerst onkruid, mos en los zand uit de bestaande voegen. Gebruik een voegenkrabber, een stalen borstel of een hogedrukreiniger met een lage druk. Zorg dat de voegen droog zijn voordat je begint, tenzij het gekozen product anders aangeeft.
- Stap 2: Voegmiddel aanbrengen. Strooi het voegzand of de voegmortel droog over de bestrating. Verdeel het met een bezem zodat het middel in de voegen valt. Herhaal dit totdat de voegen goed gevuld zijn, tot net onder het oppervlak van de steen (niet verhoogd, dat geeft een rommelig beeld en de voeg breekt eerder af).
- Stap 3: Aanvegen en aandrukken. Veeg het overtollige voegmiddel van de stenen. Gebruik daarna een trilplaat (bij grotere oppervlakken) of een rubberen hamer om het voegmateriaal goed in de voegen te drukken. Leg altijd een stuk tapijt of rubber onder de trilplaat om krassen op de stenen te voorkomen.
- Stap 4: Bevochtigen (bij polymeer of mortel). Bevochtig de voegen met een tuinslang op een fijne stand of een gieter met broes. Niet te veel water tegelijk: het bindmiddel activeert bij vochtigheid en heeft tijd nodig om goed in te trekken. Volg de aanwijzingen op de verpakking voor de juiste hoeveelheid water.
- Stap 5: Uitharden. Laat de bestrating minimaal 24 tot 48 uur met rust. Regen in de eerste uren na het voegen kan de voeg uitwassen voordat hij is uitgehard. Plan voegwerk bij een droge periode.
Veelgemaakte fouten bij het voegen van bestrating
Een voeg die te hoog uitsteekt boven het stenen oppervlak, brokkelt snel af. De voeg hoort net iets onder of gelijk te zijn aan het oppervlak van de steen. Verder is voegen bij nat of regenachtig weer een veelgemaakte fout: het voegmiddel vermengt zich slecht met de vochtige voeg en hecht niet goed.
Ook het overslaan van de trilstap is een valkuil. Zonder intrillen of aandrukken zit het voegmateriaal losjes in de voeg en spoelt het bij de eerste regen deels weg. Neem de tijd voor deze stap, zeker bij een groter terras of een oprit.
Tot slot: niet alle voegmiddelen zijn geschikt voor alle stenen. Natuursteen, zoals blauwe hardsteen of zandsteen, kan vlekken trekken van cementgebonden voegmortel. Controleer altijd of het gekozen product geschikt is voor jouw type steen, of doe een proefje op een onopvallende plek.
Goed gevulde voegen zijn de eenvoudigste manier om je bestrating langer mooi te houden. Een middag werk levert jaren minder onkruid, minder verzakkende stenen en een netter resultaat op. Kies het voegmiddel dat past bij de belasting en het type steen, werk bij droog weer en geef de voeg de tijd om goed uit te harden.
