Leestijd: 2 minuten

Kolibries zijn unieke vogels die bekend staan om hun vermogen om niet veel te trekken tijdens het vliegen. Ze hebben een heel bijzondere lichaamsbouw met snelle vleugels. Deze snelle vleugelslag maakt het mogelijk voor kolibries om stil in de lucht te hangen en zelfs achteruit te vliegen, waardoor ze niet veel afstand hoeven af te leggen. Dit is erg handig voor hen, omdat ze hierdoor gemakkelijk bij bloemen kunnen komen om nectar te verzamelen, wat hun belangrijkste voedselbron is. Hun kleine formaat en lichte gewicht helpen hen ook om behendig en snel te bewegen. Bovendien zijn kolibries belangrijk voor de natuur omdat ze helpen bij de bestuiving van planten. Terwijl ze nectar verzamelen, nemen ze ongemerkt stuifmeel mee op hun snavel en veren, wat ze vervolgens naar andere bloemen overbrengen. Dit proces ondersteunt de biodiversiteit en helpt bij de voortplanting van vele bloemsoorten.

Welke andere vogels vliegen als ze trekken zeer weinig?

Er zijn verschillende vogels die, hoewel ze technisch gezien trekvogels zijn, maar zeer weinig vliegen tijdens hun trek. Enkele voorbeelden zijn:

  1. Zwaluwen: Zwaluwen staan bekend om hun lange trektochten, maar ze brengen veel tijd door met zweven en glijden op luchtstromen, wat betekent dat ze niet constant met hun vleugels hoeven te slaan.
  2. Gierzwaluwen: Deze vogels zijn meesters in het zweven en kunnen lange afstanden afleggen met minimale inspanning door gebruik te maken van de thermiek.
  3. Steltlopers: Sommige soorten steltlopers, zoals de grutto, maken lange trektochten, maar zijn ook in staat om efficiënt te vliegen door gebruik te maken van gunstige winden en luchtstromen.
  4. Sommige eendensoorten: Hoewel eenden vaak korte vluchten maken, kunnen sommige soorten, zoals de smient, lange afstanden afleggen met relatief weinig vliegbewegingen, vooral door te glijden.
  5. Kraanvogels: Deze grote vogels maken gebruik van thermische luchtstromen om te zweven en zo energie te besparen tijdens hun lange trektochten.

Interessante feitjes over trekvogels

Enkele interessante feiten over trekvogels en hun vlieggedrag als ze niet aan het trekken zijn:

  1. Trekvogels zijn heel goed in navigeren. Ze gebruiken de zon, sterren, magnetische velden en andere signalen om hun weg te vinden. Dit is onderzocht door teams van wetenschappers.
  2. Wanneer trekvogels vliegen, doen ze dat vaak in groepen. Ze maken gebruik van warme luchtstromen, die ‘thermiek’ genoemd worden, om makkelijker en met minder energie te vliegen.
  3. Tijdens de migratie vliegen trekvogels lange afstanden. Maar als ze niet migreren, blijven ze meestal in hun broedgebieden. Daar rusten ze, zoeken ze voedsel en voeden ze hun jongen op.
  4. Sommige trekvogels zijn buiten de migratieperiode niet in staat om lange afstanden te vliegen. Hun lichaam is hier simpelweg niet op gebouwd of aangepast.
  5. Een voorbeeld van een indrukwekkende trekvogel is de kromme wasman. Deze vogel legt elk jaar meer dan 30.000 kilometer af. Hij vliegt van zijn broedgebieden in Siberië naar zijn overwinteringsgebieden in Australië en Nieuw-Zeeland. Dit is ook vastgesteld door onderzoeksteams.